Achteraf bleef de kleinst mogelijke nederlaag, 3,5 – 4,5. Jammer, er had meer in gezeten. Althans volgens mijn oppervlakkige beschouwingen tijdens de enkele malen dat ik het me kon permitteren een rondje langs de borden te maken.
Marcel verloor als eerste. Hij had weliswaar 3 pionnen tegen een stuk gehad, maar dat bleek onvoldoende om er een remise uit te slepen. Van deze pot heb ik niet veel gezien, ik geloof dat het resultaat regelmatig en terecht was. 0-1.
CORRECTIE: Douwe spelde een mooie, gedegen partij en stond gedurende de partij beter. Zijn tegenstander had moeite met zijn verdediging en mede daardoor kreeg hij nog een slechtere stelling wat hem uiteindelijk een pion koste. Op het moment dat hij dacht dat Douwe zijn geïsoleerde e pion kon nemen gaf hij op. 1-1.
Rienk moest secuur spelen om zijn kleine materiële achterstand (een pion) niet doorslaggevend te laten zijn. Ik weet niet hoe, misschien herstelde hij het materiële evenwicht, of was er voor zijn tegenstander geen doorkomen aan, hier werd de vrede getekend. 1,5-1,5.
Willem stond een kwaliteit voor, maar moest deze in een geslaagde combinatie van zijn tegenstander teruggeven, waarna deze doordenderde naar een stelling waarin mat of promotie dreigde. 1,5-2,5.
Naast me speelde Sergei. Hij won in de opening een stuk tegen drie pionnen (ook al!), wist daar geconcentreerd en zorgvuldig voordeel uit te halen, totdat hij uiteindelijk een stuk en een pion meer had dan zijn tegenstander. Zeer sterk gespeeld! 2,5-2,5.
Gaandeweg verkreeg Wim groot voordeel op zijn tegenstander. Hij won de kwaliteit en zijn toren pakte een open lijn. Hoewel zijn tegenstander met twee pionnen ver oprukte, school daarin geen groot gevaar. Met weinig resterende tijd op de klok weigerde zijn tegenstandster akkoord te gaan met een remisevoorstel. Twee zetten later beging zij een grote fout, waarna Wim het karwei snel kon klaren. 3,5-2,5.
Dan mijn eigen partij. Met ouderwets gooi- en smijtwerk offer ik een stuk voor uiteindelijk drie pionnen (f, g en h) waardoor de koning van mijn tegenstander geen bescherming meer heeft. In plaats van met mijn (later vier!) verbonden vrijpionnen op de koningsvleugel op te rukken, kies ik voor vaag stukkenspel, laat ik de kaas van mijn brood op de damvleugel eten, en kom ik zelf heel erg vast te staan. Nadat ik me daaruit heb weten te bevrijden, inmiddels een stuk achterstaand, mis ik de zet die mij geforceerd remise door eeuwig schaak zou hebben opgeleverd. Dom, dom, dom. 3,5-3,5.
Dan is het aan Jan Willem om voor ESG de strijd te redden. Maar helaas. Zijn aanvankelijke kwaliteitswinst tegen een pion bood onvoldoende basis voor een later resultaat. 3,5-4,5.
Het is met reserve dat ik de andere partijen hier van kort commentaar heb voorzien, als gezegd, ik heb betrekkelijk weinig van de andere borden meegekregen. Met dit voorbehoud meen ik toch te mogen stellen dat er voor ons meer in gezeten had tegen Assen. De partijen van Willem en Jan Willem had ik niet op verlies getaxeerd, zelf heb ik remise gemist.
Ik spelde een mooie, gedegen partij en stond gedurende de partij beter. Mijn tegenstander had moeite met zijn verdediging en mede daardoor kreeg hij nog een slechtere stelling wat hem uiteindelijk een pion koste. Op het moment dat Henry dacht dat ik zijn geïsoleerde e pion kon nemen gaf hij op.(die ik niet zou hebben genomen daar die vergiftigd was) Maar ik stond op dat moment wel al heel goed….
Dank voor je correctie, Douwe. Ik denk dat ik de partij van Wim met die van jou verward heb. In die zin heb ik het artikeltje inmiddels aangepast.