Maar daar is dan ook alles mee gezegd. Als clubkampioen gaf hij een simultaan tegen 10 opgekomen leden en hij scoorde 50%, 4 gewonnen, 2 remise en 4 verloren. Niet denderend, maar ook niet slecht, tegen de verzamelde schaakkracht die hij tegenover zich vond.
Rond halftien zag het er niet best voor hem uit. De drie afgelopen partijen eindigden alle in verlies. En op de resterende borden stond hij slechts op een enkel bord echt veel beter. En hij was nog zo voortvarend begonnen door aan elk bord zijn standaardopeningszet te spelen, zodat hij de openingen lekker vlot kon doorkomen, immers bekend terrein. Grootmeeesters laten deze aanpak normaliter achterwege, omdat zij bang zijn dat mindere tegenstanders bij hun sterkere buren de juiste zetten kunnen spieken, maar zo zitten wij ESG-ers niet in mekaar. Best een goede openingsstrategie dus, vooral toen bleek dat alle partijen zich origineel ontwikkelden en er geen dubbelingen optraden.
Rond half tien was Herman de eerste die met de winst ging strijken. In zijn gambiet aanpak koos hij de juiste zetten en gestaag werd JW tegen de muur gezet. Ton, ikzelf dus, noteerde de volgende winst. Flink geofferd en weggegeven, maar in de volgende stelling met 3 boeren minder, leidde mijn actieve vervolg tot winst.

Ik speelde hier Lg7x e5, volgens Stockfish is dat de enige zet die gelijk spel oplevert, maar dat alleen als wit nu direct zijn paard naar d2 brengt. Dat deed JW niet, hij speelde Lc1-f4, waarop ik de lopers ruilde, en Tf1xf4 beantwoordde met Dh4-g3 en achteraf dacht dat Dh4-e1 beter zou zijn geweest. En dat klopt, maar de winst heb ik toch niet meer laten glippen, gelukkig.
Meteen daarna noteerde Evert zijn overwinning. Hij speelde naar eigen zeggen gedegen, à la Timman, en toen de tijd rijp was besloot hij zijn counter met een dodelijke torenzet die JW gemist had.
Jammer voor Kevin. Hij speelde een geweldige partij, met veel initiatief en dreiging tegen de witte koning, maar JW wist dit alles te neutraliseren en toen de stof was opgewaaid bleek zijn materieel voordeel voldoende voor winst.
Wat genoot ik van het dameoffer van Stef, die op c1 een witte toren sloeg. Ik zag hem daarmee drie maal winnen. Maar JW had het beter gezien, linksom of rechtsom zou hij groot voordeel behouden, wat Stef noopte om de partij op te geven.
Arjen stond lange tijd goed, “gewonnen” zelfs, volgens de witspeler. Maar de tijd ontbrak hem om een goede winstweg te vinden, JW verscheen steeds sneller aan zijn bord, en dan is een fout snel gemaakt.
Douwe had een pion geofferd, geen probleem in een vol bord waarin alles vast leek te staan. Een domme, onnodige dame zet kostte hem echter een tweede pion en daarmee de partij. Jammer.
Sergei en Jan waren toen als enigen nog in de strijd en beiden wisten gemakkelijk remise te behalen. Eerst Sergei voor wie de overgebleven dubbelpion van wit op de a-lijn een gemakkelijk prooi vormde. Voordat dit zou leiden tot een reglementaire remise van koning tegen koning werd de vrede getekend. Bij Jan en Jan Willem was het toren pion tegen toren pion, dus ook daar een onvermijdelijk gelijk spel.
Dat bracht de uiteindelijke score van onze clubkampioen op 50%.
De uitlagen in vogorde:
JW – Herman 0-1
JW – Ton 0-1
JW – Evert 0-1
JW – Kevin 1-0
JW – Stef 1-0
JW – Arjen 1-0
JW – Willem 0-1
JW Douwe 1-0
JW – Sergei 1/2-1/2
JW – Jan 1/2-1/2
Recente reacties